Je hoeft feedback niet altijd onmiddellijk te geven
Er bestaan allerlei woorden voor het geven van een terugkoppeling: van feedback en feedforward tot feed-up. Dat wekt soms de indruk dat we op zoek zijn naar een term die voor minder spanning zorgt. Dat staat echter los van de precieze benaming van het feedback geven. Zo schrijft Edgar Korteweg van adviesbureau Feed your Dialogue op Frankwatching.com
Volgens Korteweg gaat het er met name om dat mensen feedback vaak spannend, onhandig of niet dringend genoeg vinden. Daarom stellen ze het uit, rationaliseren ze het weg of doen ze alsof het niet echt nodig is. Maar tegelijkertijd is er een verlangen naar feedback: om gezien en gewaardeerd te worden en richting te krijgen. Korteweg ziet daarom een paradox. Enerzijds willen we feedback en anderzijds gaan we het net zo hard uit de weg.
Direct feedback geven
Het idee bestaat dat je feedback onmiddellijk moet geven, alsof je het ijzer alleen kan smeden als het heet is. Maar, zo vraagt Korteweg zich, wat als dat moment juist niet de beste timing heeft? De kans op defensieve antwoorden, emotionele reacties of misverstanden is groot bij directe feedback. Daartegenover staat dat mensen verrassend vaak positief reageren op feedback, zolang de intentie ervan goed is en de gever ervan enige verbinding heeft met de ontvanger.
Spanning en feedback
Met het woord ‘feedback’ is niets mis, zo stelt Korteweg. De spanning die erbij hoort, komt doordat mensen:
- vinden dat de ander het ‘zelf had moeten inzien’;
- opzien tegen de reactie van de ander;
- feedback baseren op hun eigen normen, zonder dat ze die expliciet hebben gemaakt;
- ‘handelingsverlegen’ zijn en het gesprek liever uitstellen;
- feedback geven over gedrag dat ze zelf ook niet altijd vertonen;
- geen feedback geven als er geen duidelijk gezamenlijk belang is, omdat ze vrezen dat het zal worden opgevat als afschuiven.
Tegelijk blijft er volgens Korteweg wat ‘knagen’. “Omdat we diep van binnen weten: niet zeggen is vaak schadelijker dan wél zeggen. Zeker als de intentie zuiver is en de relatie ertoe doet.”
Minder emotioneel
Korteweg vindt dat ‘koudsmeden’ soms een beter idee is, doordat mensen als ze achteraf feedback krijgen vaak:
- beter kunnen reflecteren
- minder emotioneel zijn
- eerder zullen begrijpen dan verdedigen
- meer open staan voor een dialoog.
Persoonlijke ontwikkeling
Een gesprek verschuift dan van correctie naar onderzoek, van spanning naar verbinding en van gelijk krijgen naar samen leren. Dat vergroot volgens Korteweg de kans dat de feedback ook echt doorkomt bij de ander en zorgt voor persoonlijke ontwikkeling.
Voorwaarden voor meteen feedback geven
Korteweg benadrukt dat feedback soms ook meteen nodig is. Dat is dan niet omdat het zo hoort, omdat er irritatie is of omdat je een norm wilt stellen. Maar wel omdat het moment begrenzen nodig maakt. Hierbij moet sprake zijn van de volgende twee voorwaarden:
- Verbinding: zonder de veiligheid die verbinding geeft, voelt de aangesprokene feedback met begrenzing als een aanval. Is er veiligheid dan komt de feedback over als zorg en helderheid.
- Gezamenlijke belang staat voorop: bij de feedback gaat het niet om jouw norm of agenda. Het belang van het team, de organisatie of het project is leidend. Hierdoor is de feedback minder persoonlijk en krijgt het meer betekenis.
Geschikt moment kiezen
Je moet je dus volgens Korteweg niet afvragen: ‘Wanneer moet ik feedback geven?’, maar: ‘Is dit het moment waarop dit gesprek het meest bijdraagt aan de relatie en aan het gezamenlijke doel?’ Als het antwoord ja is, dan feedback geven. Bij nee: het parkeren. Dat betekent niet dat je het wegstopt. “Feedback is geen handeling. Het is een interventie. En interventies vragen timing, intentie en verbinding”, sluit Korteweg af.
Tip
Houd bij je feedback rekening met iemand persoonlijke ontwikkeling. Benadruk daarbij wat iemand kan leren en niet alleen wat goed of fout ging. Formuleer de feedback daarnaast vanuit ontwikkeling door bijvoorbeeld ‘Je zou kunnen proberen…’ te gebruiken in plaats van ‘Dat deed je niet goed...’. Sluit daarnaast aan bij het leerproces van de ontvanger. Vraag ook wat iemand nodig heeft om het anders te doen.
Bron: Frankwatching